Gijs van Lennep over ‘zijn’ Zandvoort: “Het Scheivlak is één van de mooiste bochten ter wereld”

  • Nederlandse legende blikt vooruitlopend op het F1-weekend terug op een rijke historie op het duinencircuit
  • “De terugkeer van de Nederlandse Grand Prix is een zegen geweest voor het circuit”

Een test op Zandvoort met Ben Pon’s 904 GTS was ooit de sleutel tot de Porsche successen van Gijs van Lennep, en zijn carrière als Formule 1-coureur. Anno 2026 heeft zijn thuiscircuit nog altijd een bijzondere plek in het hart van Van Lennep. “Het is een échte rijdersbaan.”

Gijs van Lennep is er als zesjarig jochie bij wanneer op 7 augustus 1948 de allereerste Grand Prix in Zandvoort wordt verreden, op een circuit dat vlak ervoor is voltooid, inclusief een recht stuk op een fundering van oorlogspuin. “Mijn vader en m’n vijf jaar oudere broer David zouden eigenlijk samen gaan, maar ik zeurde net zo lang tot ik mee mocht”, zegt hij met een twinkeling in zijn ogen. “Hoewel de auto’s in die beginperiode nog helemaal nog niet zo hard gingen, waren die races achteraf gezien evengoed gekkenwerk, met afzettingen van strobalen en overal mensen vlak langs het asfalt.”

Het bezoeken van het duinencircuit is daarna vaste prik. Op zijn tiende ontdekken Van Lennep en zijn vriendjes dat je op sommige plekken eenvoudig onder het hek door kunt tijdens het Grand Prix-weekeinde, iets dat hij dan ook jarenlang doet. “De paddock interesseerde me niet, ik wilde langs de baan, liefst bij het Scheivlak. Kijken hoe de coureurs stuurden, remden en schakelden.” De ritjes vanuit woonplaats Aerdenhout naar het circuit verliepen aanvankelijk met de fiets, een paar jaar later stiekem op de brommer. Opgevoerd uiteraard, met hulp van de plaatselijke fietsenmaker.

Zandvoortse school

Gefascineerd door snelheid komen er een gemotoriseerde driewieler en een skelter van eigen fabricaat in de schuur van het ouderlijke huis. Met die laatste wint Van Lennep in 1960 zijn eerste wedstrijd, op de sintelbaan van Hoensbroek. Voor hemzelf is dat nauwelijks een verrassing: “Ik liep al vanaf mijn zestiende rond bij de rensportschool van Rob Slotemaker, daar heb ik goed leren driften. Daarnaast mocht ik er geregeld de slalom demonstreren; ik reed altijd de snelste tijd, met alles. Gewoon door de goede lijn te kiezen en voorzichtig te zijn met het gas.”

Bij Slotemaker krijgt Van Lennep alle vrijheid om zijn rijvaardigheid verder aan te scherpen. “Sloot had de sleutel van het circuit. Als het hard sneeuwde, dan trommelde hij soms midden in de nacht een clubje mensen op om te gaan driften. De kunst was om de hele baan dwars te gaan, niet één meter rechtuit.” Mede dankzij dit soort spielerei ontwikkelt de coureur-in-spé een wagenbeheersing die tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend is. “Hoe vaak zie je niet dat rijders een tweede slip niet goed opvangen?”, zo hekelt Van Lennep de generatie van nu. “Tegensturen is niet moeilijk, maar snel en op tijd terugsturen wel. Dankzij het geleerde bij Slotemaker heb ik vele crashes kunnen voorkomen.” Hij voegt eraan toe dat het parcours in Zandvoort ook in zijn tijd al onderscheidend was, een circuit waarop je echt wat kon leren. “Veel bloedsnelle bochten die net wel, net niet vol gas waren, maar ook kortere hoeken en veel hoogteverschillen; het was en is een echte rijdersbaan.”

De Porsche beginselen

Begin jaren ‘60 kriebelt het racevirus inmiddels zo hard, dat Van Lennep de competitie opzocht. Dat begon met autosprints op Zandvoort bij de Regionale Automobiel Club West. “Tot mijn eigen verbazing mocht ik de auto van mijn moeder lenen. Bij mijn allereerste wedstrijd legde ik die gelijk op z’n kant. Recht zetten, olie erbij en verder. Niet lang daarna kocht ik voor 500 gulden een oude Kever. Die ging natuurlijk ook niet hard genoeg, dus liet ik er een Porsche motor in zetten.” Met zijn VW-Porsche maakt Van Lennep langzaam maar zeker naam tijdens de nationale races van de Nederlandse Autorensport Vereniging. In 1963 werd hem een Hirondelle te leen aangeboden, een eigenbouw sportwagen van Henk van Zalinge. “Daar zat oorspronkelijk een Porsche Super 90 motor in, maar die was eruit gehaald. Toch zag ik er wel wat in, want die Hirondelle was superlicht en had het eerder in handen van Rob Dooyes goed gedaan. Met hulp van wat vriendjes hebben we het blok uit mijn Kever overgeheveld, en in die hoedanigheid heb ik er op Zandvoort een stuk of vijf wedstrijden mee gereden.”

Doorbraak in 904 en 906

Het talent van Gijs van Lennep was inmiddels opgemerkt door Ben Pon, en die bood hem in 1965 de kans in de Formule Vee, een formulewagenklasse waarin veel Volkswagen-techniek werd gebruikt. De Aerdenhouter won prompt vijf races. Om zijn protegé nóg beter te kunnen beoordelen, liet Pon hem tijdens de finaleraces op Zandvoort in diens eigen 904 GTS rijden. Van Lennep won, en dat niet alleen: “Ik ging net zo hard of zelfs iets harder dan Ben er dat jaar mee had gereden, al heeft hij zijn hele leven beweerd dat dat niet zo was.”

Die kift doet geen afbreuk aan de groeiende vriendschap tussen de twee. Sterker nog, Van Lennep had zich genoeg bewezen om in 1966 een plek te verwerven bij Racing Team Holland. Daar stonden twee splinternieuwe, oranje Porsche 906 modellen in de startblokken. Na de seizoensouverture in Zandvoort trok RTH Europa in, waar Van Lennep’s ster verder rees met diverse podiumplekken en (klasse)overwinningen.

Met de 917 door de duinen

Hoewel de Nederlandse topcoureur door zijn internationale status steeds minder op eigen bodem was te zien, kon het vaderlandse publiek in 1968 en 1969 evengoed genieten van optredens in een Porsche 911 van het Dutch National Racing Team, waarbij hij mooie duels uitvocht met Toine Hezemans, ook in een 911.

Eind ‘69 wist Ben Pon zijn broer Mijndert te overtuigen om een 908 aan te schaffen, een drieliter prototype waarmee weer verder vooraan kon worden gereden. “Bij de shake down op Zandvoort reed ik er na een rondje of vier 1.29,6 mee, zo uit de doos”, herinnert Van Lennep zich. “Ben was woedend, vond het veel te hard gaan. Maar die auto was gewoon geweldig uitgebalanceerd. Ik liet de achterste stabilisator iets strakker zetten en haalde er nog een seconde vanaf.” Het competitiedebuut vond plaats tijdens de Trophy of the Dunes. Na een furieus gevecht met David Piper pakte Van Lennep op glorieuze wijze de winst tijdens zijn thuisrace. 

In 1970 werd de 908 ondergebracht bij de Fin Antti-Aarnio Wihuri. Voor datzelfde team debuteerde Van Lennep in de Porsche 917 op Le Mans. De Nederlandse racefans konden eind van het seizoen met die monsterlijke bolide kennismaken, opnieuw tijdens de Trophy. Dit keer was de zege een eitje. “Die 917 was gewoon krankzinnig snel. Ik reed er 1.23 mee, slechts een handvol seconden langzamer dan de Formule 1.”

Hoogte- en dieptepunten

De jaren erna vonden Van Lennep’s optredens in de duinen plaats in de Formule 1, en die markeerden zowel een Zandvoorts hoogte- als dieptepunt. “In 1971 debuteerde ik in een oude Surtees, vijf dagen na mijn Le Mans-overwinning. Ik stapte koud in, had er nog geen meter mee gereden. En simulatoren had je toen nog niet. Maar tijdens de race regende het, omstandigheden waarin ik me thuis voelde. Ik reed naar de achtste plek, vóór grote namen als Jackie Stewart, Graham Hill en Denis Hulme.”

Twee jaar later veranderde een nieuw hoogtepunt – een zesde plek met de ISO van Frank Williams – in een dieptepunt toen hij na de finish vernam dat Roger Williamson dodelijk was verongeluk. “Daar viel dat WK-punt van mij natuurlijk volledig bij in het niet.”

Kombocht

Na zijn actieve carrière bleef Van Lennep als onder meer rijderscoördinator van de Volkswagen Golf GTI Cup nauw betrokken bij de Nederlandse autosport en bij het circuit van Zandvoort. Daarnaast schaafde hij als VIP-instructeur bij Audi en Porsche aan de rijvaardigheid van automobilisten. Hij zag het circuit tijdens al die decennia veranderen tot wat het nu is. “Het lag er op een gegeven moment een beetje vervallen bij. Wat dat betreft is de terugkeer van de Nederlandse Grand Prix een zegen geweest. Met alle investeringen die daarvoor zijn gedaan, kan het weer jaren mee.”

Driftend door Bos Uit zoals ooit gebruikelijk was, is er door de tegenwoordige komconstructie niet meer bij. Niettemin kan Van Lennep ermee leven. “Het was een noodzakelijke aanpassing om goedkeuring te krijgen voor de Formule 1.” Absolute favoriet is nog altijd het Scheivlak. “Dat was en is gewoon één van de beste bochten ter wereld. Tegenwoordig komt de Formule 1 met 280 km/u de berg op, dan schakelen ze een keer terug en duiken ze er vol in. Kippenvel!”

Bron: Porsche

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen

Historische kleuren voor de finale: Wehrlein en Porsche strijden in Londen om Formule E-titels

Het einde van een tijdperk is in zicht. Met de E-Prix van Londen sluit Porsche komend weekend niet alleen het Formule E-seizoen af, maar ook

Lees verder »

Aantrekkelijk geprijsde Plus-uitvoeringen van Audi Q8 e-hybrid quattro

Audi vernieuwt het Q8 gamma met twee exclusieve e-hybrid quattro uitvoeringen. De toevoeging ‘Plus’ in de Pro Line S Plus en Competition Plus modellen is

Lees verder »

Audi Nuvolari: van schets naar rijdend prototype in 405 dagen

Van de eerste schets tot een rijdend prototype in slechts 405 dagen: de Audi Nuvolari is in recordtijd ontwikkeld. Een making-of-video laat zien hoe het

Lees verder »