AudiBlog.nl

Luchtgekoeld in Nieuw-Zeeland

Paul Higgins ontwikkelde een passie voor het merk Porsche aan de andere kant van de wereldbol, in Auckland. En sindsdien houdt hij de telefoons van Porsche-liefhebbers in veel andere landen drukbezet.

“De dealer was gespecialiseerd in Duitse auto’s, vooral afkomstig uit Beieren. Hij keek me onderzoekend aan, scande me van top tot teen en besloot toen dan ik als klant niet interessant was,” herinnert Paul Higgins zich. “Dus draaide ik me om en liep naar de overkant van de straat, naar ‘Clarks of Khyber Pass’, dat een aantal mooie gebruikte auto’s had staan. En daar zag ik de 911 SC uit 1980 in een perfecte staat. Het was een linksgestuurd exemplaar en daardoor redelijk betaalbaar. Bij ‘Clarks’ zeiden ze: “Neem de 911 voor een weekendje mee, rij er in en laat ons maandag weten wat je ervan vindt.” En zo geschiedde. Ik nam de 911 mee naar huis. Mijn vrouw was destijds hoogzwanger en niet bepaald onder de indruk van de sportwagen. We hadden al twee zoons en de geboorte van ons derde kind was slechts een kwestie van dagen. Mijn vrouw was ervan overtuigd dat het wederom een zoon zou worden. Daarom zei ze waarschijnlijk: “Als het een meisje wordt, mag je de Porsche houden.” Een paar dagen later werd onze eerste dochter om half twee ’s nachts geboren. En om half acht diezelfde ochtend stond ik ongeduldig te trappelen voor de deur van ‘Clarks’. Dat was de start van mijn liefde voor Porsche.”

Paul nam met de SC aan verschillende clubraces deel, en ruilde hem later in voor een 3.3-liter Turbo. In december 1988 werd de kleine collectie uitgebreid met de 911 Carrera RS 2.7 uit 1972. Die RS 2.7 in Grand Prix wit staat nu in een hal naast de Turbo. Van 1997 tot 1999 racete Paul in een RSR 3.8 en won hij twee nationale titels. Zelfs nu nog heeft hij het zichzelf nooit vergeven dat hij deze Porsche heeft verkocht.

Door de jaren heen breidde Higgins zijn collectie verder uit met een 356 Carrera GS 1500 uit 1957, een 356 A Super Coupé uit 1958 en een 356 B Roadster uit 1961. Tijdelijke afwezig in zijn collectie: de Leyton March CG891 Formula 1 (op weg naar Goodwood) en de 1950 Reutter Cabriolet uit Nederland.

Higgins ontdekte zijn passie voor Porsche’s eerste sportwagen pas laat. “Ik was altijd een 911-man en vond de 356 maar een oude auto. Maar toen ontving ik een uitnodiging van de Porsche Club New Zealand 2005 om deel te nemen aan een trip naar de oostkaap van het Noordereiland. Van een vriend leende ik een zwarte 356 Coupé uit 1958 met witte bandwangen. Een prachtige auto. Al op de helft van de vijf uur durende reis van Auckland naar Napier was ik overtuigd! Toen ik van deze trip terugkwam, was één ding duidelijk: ik moest en zou een 356 hebben, een open exemplaar. Een Speedster? Te kostbaar. Een Convertible D? Ik zag er een in California, maar kon me er niet toe bewegen hem te kopen.” Paul ontmoette echter John Willhoit, een gerenommeerde 356-restaurateur. John had een 356 B Roadster T5 uit de zomer van 1961 in zijn collectie. “Dit exemplaar was onder andere betaalbaar omdat iemand de spatborden en uitsparingen voor de wielen na een ongeval bijna in een pre-A 356 stijl had teruggebracht. Ik kocht de auto in 2006 en wilde de cosmetische onvolkomenheden herstellen, maar daar kwam het niet van. In 2009 reed iemand me vanachteren aan, en toen moest het wel gebeuren. Nu is de Roadster hoe hij zou moeten zijn.”

Direct daarop volgde een 356 A 1500 GS Carrera uit 1957. Paul was hem op het internet al tegengekomen, maar verloor hem ook weer uit het oog. Vervolgens dook de auto op aan de andere kant van de aardbol, in Zweden. In plaats van achterin lag de motor in onderdelen in een krat. Het interieur was gestript en lag vol met zaken als kabelbomen, ramen, elektrische onderdelen en remmen. De bedoeling was oorspronkelijk dat de 1.5-liter auto werd omgebouwd naar een replica van de Porsche die in 1955 de Midnight Sun rally in Zweden won. Het spuitwerk was al gedaan. Toen Paul de auto uiteindelijk ontving, kon hij echter wel janken. De spuiter had de auto gehaast, zonder enige vorm van voorbehandeling, gespoten. Alle lak moest er weer af, helemaal tot aan het kale metaal. Bob Garretson nam de herbouw van de motor op zich. Dat was in 2010. Vandaag-de-dag rijdt Paul met veel plezier in de Carrera, die volgens hem iets magisch heeft.

De derde 356 in de collectie van Higgins is de 356 A Super Coupé uit 1958, uitgevoerd in de prachtige kleur Meissen Blue. Het is de enige rechtsgestuurde auto in Paul Higgins’ begerenswaardige line-up en een van de slechts enkele prachtige A Coupés in Nieuw-Zeeland.

En de mysterieuze 1950 Cabriolet? Paul zet de PC aan en haalt diep adem. De foto’s, daar is ‘ie. Dit is de Reutter Cabriolet met chassisnummer 5.135. “Reutter bouwde twaalf exemplaren van deze Cabriolet. Zo ver ik weet bestaan er nog vijf of zes en drie zijn er gerestaureerd. De onze is de vierde.”

In Paul’s hal met begeerlijke auto’s is er nog één Coupé die eveneens direct in het oog springt: de 962 C uit 1989, waarmee het Zwitserse Brun Motorsport in 1989 en 1990 racete. Paul’s zoon Andrew ontdekte de 962 C met zijn koolstofvezel chassis van TC Prototypes in Engeland. “Andy en ik namen deel aan de Le Mans Classic, waarvoor we na Goodwood waren uitgenodigd. We namen de 962 mee en ik beleefde er enkele van mijn beste autodagen ooit. En dat tijdens het 70-jarig bestaan van Porsche! Mijn vrouw en ik konden het nauwelijks bevatten: twee Kiwi’s van de andere kant van de wereld, met onze 962 C geparkeerd naast de Le Mans-winnaar uit 1987. Derek Bell schoot ons aan voor een babbeltje. Vervolgens ontvingen we een uitnodiging voor een diner, waarvoor mijn vrouw en ik snel nog een smoking en avondjurk aanschaften. 1.600 mensen namen er ‘s avonds aan deel. De volgende dag reden we liefst zeven keer de Goodwood-heuvel op. Mijn zoon in een 935, ik in de 962 C. En een paar weken later kreeg dit ongelooflijke jaar een prachtig vervolg tijdens de Rennsport Reunion in de VS. Maar Goodwood was zonder twijfel één van de absolute hoogtepunten!”


Gerelateerd nieuws